Reisverhalen
Azië
Nepal - trektocht rond de Manaslu
Nepal - trektocht rond de Manaslu
Eindelijk was het dan zo ver. We stonden aan het begin van onze reis naar Nepal waar we een trektocht rond de ijsreus de "Manaslu" wilden gaan maken. Naar deze tocht had ik lang en met hoge verwachting uitgekeken.
Met een kleine club, John, Truus, Bas, Wilco, Huub en ik hadden we samen met Shiva, een gids die in Kathmandu een eigen trekkingsbureau had, en die wij kenden van een eerder bezoek aan Nepal, tot deze trektocht besloten. Het was een route die niet veel belopen werd door toeristen en die ons zou voeren naar de grens met Tibet. Dit betekende nogal wat contact met het boeddhisme. Het hoogste punt van onze tocht was de Larkya-La, 5123 meter hoog. Volgens Shiva was dit voor ons goed te doen.
Vandaag de zwaarste dag van de trekking. Eerst 800 meter stijgen om de Larkya-La met een hoogte van 5213 meter over te kunnen steken om daarna weer zo snel mogelijk af te dalen. Dit alles op een hoogte die in Europa niet eens bestaat. Om 3.00 u. thee op bed. Zo snel als het ging werden alle spullen in de rugzak gemikt en daarna naar de etenstent. Het vroor inmiddels tien graden. Wij zaten met een kom porridge voor de neus, wisten ook dat er goed gegeten moest worden, maar het lukte niet om een hap door de keel te krijgen. Zelfs de geur van het eten deed mijn maag een beetje draaien. Allemaal invloed van de hoogte. Truus had zelfs de raarste dromen gehad. Ze was op jacht geweest naar een haai die in de grachten van Amsterdam zwom. Ook dit dromen was een van de symptomen van aanpassing aan de hoogte.
Om 4.45 u. vertrokken we in ganzenpas met Shiva voorop. Het was nog donker en dat maakte het er niet gemakkelijker op. Met het licht van mijn zaklamp bouwde ik een beetje zekerheid in. Goed kijkend naar waar mijn voorganger zijn voeten plaatste en
proberend dit te volgen en niet te vallen bewoog ik mij meer strompelend dan wandelend voort. Het paadje dat er de vorige dag nog lag leek in een nacht verdwenen te zijn. Het schoot niet echt op. Gelukkig hadden we een laatste kwartiers maan en een kraakheldere lucht zodat dit nog voor een beetje licht in de duisternis zorgde. Af en toe hoorde ik een vloek achter me van iemand die zich weer stootte of zich nog net staande kon houden. Net voor het guesthouse moest er nog een rivier overgestoken worden en natuurlijk was er geen brug. Huppend van steen naar steen probeerde ieder veilig aan de overkant te komen want op natte voeten zat niemand te wachten. We waren inmiddels meer dan drie kwartier op weg om te komen op de plek waar vandaan de andere groepen vertrokken. Gelukkig werd het nu wel een duidelijker pad wat leidde in een soort kloof met links en rechts gletsjer wanden. Het pad liep over het algemeen rustig en gelijkmatig omhoog met maar af en toe een steiler stukje erin. Langzaam begon het nu ook licht te worden zodat je in ieder geval kon zien waar je liep. Onze keukenploeg lag boven op de gletsjer te dollen en te rollen bollen terwijl ik bij iedere sterkere stijging al naar adem stond te snakken. Tot nu toe hadden we nog niet in de sneeuw gelopen maar nu naderden we heel langzaam die grens. Na een laatste bocht naar rechts de bergwand volgend kregen we een breder zicht. Links en rechts hoge bergketens en ertussenin een glooiende vlakte van allemaal rotsblokken en stenen ongeordend gerangschikt bedekt met sneeuw die wij moesten oversteken.
De sneeuw nam toe en op een gegeven moment volgden wij een stappen lint gemaakt door onze voorgangers. Ik bleef zoeken naar het hoogste punt wat
inhield dat het eind van de klim nabij was maar het bleef maar duren en duren. Het leek niet echt omhoog te gaan maar aan je lichaam voelde je wel degelijk dat het maar bleef stijgen. Af en toe werd er een pauze ingelast m.n. John begon wat problemen te krijgen. Geen energie meer en invloed van de hoogte. We hadden afgesproken samen uit, samen thuis en daar hielden we ons aan. Zelf voelde ik ook de energie uit mijn lijf weg ebben en het leek soms alsof de verbinding tussen mijn hersenen en mijn benen onderbroken was. Het was weer een vreemde gewaarwording om zo met jezelf en tussen je oren in de clinch te liggen dat het lijf in de uitvoering niet meer wilde, en ook niet meer kon luisteren. Hield ik mijn eigen looptempo aan dan ging het wel maar een versnelling zou fataal zijn. Ook de anderen kenden problemen. Vooral wat last van hoofdpijn en misselijkheid. Dus maar weer een slok drinken. John werd begeleid door Shiva en Iman, onze kok, die ook heel bezorgd was en bij ons bleef. Het laatste stuk leek eindeloos te duren tot we eindelijk zicht kregen op de pas. Gestapelde stenen en gebedsvlaggetjes wapperden in de wind. Je zou bijna vergeten om foto's te maken in deze geweldige omgeving.
Om 10.45 u. bereikten we met z'n allen Larkya-La op een hoogte van 5213 meter. Iedereen uithijgend en bijkomend van de geleverde prestatie en natuurlijk foto's makend van dit hoogtepunt. John hing een koeienbelletje dat hij in Orissa, India, gekocht had op tussen de gebedsvlaggetjes terwijl ik ondertussen het Nederlandse vlaggetje uit mijn broekzak haalde. De avond tevoren hadden we hier allemaal onze naam op geschreven. John en ik hingen de vlag op tussen de gebedsvlaggen. Ze viel echt in het oog en iedereen die nu nog Larkya-La passeerde zou onze namen kunnen lezen. Alles werd natuurlijk vastgelegd en gefotografeerd. Ik had in een van onze fototoestellen een zwart wit rolletje gedaan in de hoop een mooie foto te maken die wij dan later zouden laten inlijsten en in de woonkamer op zouden hangen. Hierna volgde een spectaculaire afdaling. Eerst nog rustig omlaag over een bergkam door de sneeuw. De views bleven geweldig. We passeerden net achter de pas nog een paar yaks.
Met het afdalen verdwenen ook al snel wat klachten zoals hoofdpijn en misselijkheid. Voor mij gold dit niet maar dat had meer te maken met mijn nog steeds durende verkoudheid en keelontsteking. Maar ondanks deze problemen had ik het er goed vanaf gebracht. Na 20 minuten lopen zat Iman met zijn keukenploeg op ons te wachten. Tussen de rotsblokken hadden ze een koude lunch voor ons klaar staan. Brood, eitje, stukje kaas en een pakje droge koekjes. Je zou denken dat dit er na 7 uur lopen wel in zou gaan maar niets was minder waar. Niemand had trek. We hingen een beetje uitgeteld tussen de rotsblokken maar we moesten nog zo'n 3 à 4 uur lopen alvorens we de kampplaats hadden bereikt. Dus toch maar weer alles, inclusief jezelf bij elkaar gepakt, en verder de afgrond in want daar leek het wel op. Een steile afdaling tussen rotsen en door los grind en dit alles bedekt met sneeuw, water en ijs waren de ware ingrediënten voor een geweldige afdaling. Het was halsbrekende toeren uithalen alvorens we beneden aankwamen. Het was een uitgebreid gletsjer gebied waar je ook maar keek. Het maakte het lopen er niet gemakkelijker op. Al springend van steen naar steen gingen we verder om tegen half drie bij de keukenploeg te arriveren.
De eerste plek waar Iman water had kunnen krijgen had hij gebruikt om noodle soop voor ons te koken. Na tien uur op pad te zijn waren het lijf en de geest wel een beetje moe. Iedereen zeeg op een steen neer en liet zich bedienen. De soep bereid met nogal wat zout smaakte goed maar meer dan een kopje ging er bij mij niet in. Hierna nog een kopje thee en vervolgens weer snel verder want we hadden nog zeker twee uur voor de boeg. De keukenploeg stoof ons na een korte tijd op de teenslippertjes weer voorbij. Ongelooflijk. Links van ons kabbelde nu een klein riviertje, de Dudh Khola, die we naar Bimtang volgden. Bij iedere bocht was het een lange nek maken om te kijken of het kampement er al stond. Na 2000 meter te zijn afgedaald zagen we voor ons een grote grasvlakte omzoomd door hoge bergen. Halverwege deze vlakte stonden al wat van onze tenten opgezet. Als het paard de stal ruikt……en met een laatste ingezette sprint spurtten we naar beneden met voor ons weer een prachtig uitzicht op de Manaslu. Hij was een hele tijd uit het zicht geweest maar nu weer in volle ornaat aanwezig. Het personeel had de tenten al voor ons opgezet zodat we alleen maar hoefden in te ruimen en daarna de benen rust konden geven. Mijn honger was niet groot en aangezien ik vreselijke hoofdpijn had ging ik nog voor de thee met een kruik de slaapzak in. We waren 12 uur onder weg geweest. Het was een zeer vermoeiende maar nooit te vergeten, voldane, dag geweest waarin weer een mijlpaal gezet was.
Slotopmerking
De trektocht is een geweldige ervaring voor mij geweest. De aanraking met andere culturen zoals het Hindoeïsme en met name het vriendelijke Boeddhisme, blijft mooi. Maar ook de natuur van Nepal met zijn majestueuze achtduizenders en witte sneeuwtoppen blijft mij fascineren. Vooral het gevoel van zo nietig te zijn in deze imposante wereld tijdens deze drie weken durende selfsupporting trekking zal mij eeuwig bij blijven. Het op hoogte bivakkeren en inspanningen leveren is steeds weer een nieuwe ervaring. Je weet namelijk nooit van tevoren hoe je hierop zult reageren. Het komt vaak meer aan op mentaliteit en doorzettingsvermogen dan op conditie. Ook heb ik momenten gehad dat ik bij mijn eigen dacht waar ben ik aan begonnen en waar doe ik dit nu eigenlijk voor maar om me heen kijkend kreeg ik meteen het antwoord. Wij waren tijdens deze onderneming een echte vriendenclub die elkaar goed ondersteunde. Voor mij is met deze vakantie een hele grote wens in vervulling gegaan. Een unieke ervaring.


